Welke schakeling gebruik ik waarvoor?

23 Aug 2016
Wil je je lampen aan en uit kunnen doen, maar weet je niet welke schakeling je hiervoor moet gebruiken? Lees dan deze blog en het wordt je allemaal duidelijk. Je zult erachter komen waar en wanneer je welke schakeling gebruikt en welke schakelaar(s) je hiervoor nodig hebt.

Bedrading

Naast dat je moet weten welke schakelingen je gaat gebruiken en welke schakelaar(s) je nodig hebt, wil je ook weten hoe de bedrading hoort te lopen. Zo zijn er een aantal verschillende draden die je gaat gebruiken.

Draad

Toepassing

Kleur

FaseAanvoeren van stroomFasedraad (bruin)
SchakelDoorgang stroom bij aan/uit signaalSchakeldraad (zwart)
NulAfvoeren van stroomNuldraad (blauw)
AardeOntladen en afvoeren van spanningAardedraad (groen/geel)

Nu je weet waarvoor je de verschillende draden gebruikt en hoe je deze kunt herkennen, kun je voor jezelf uitzoeken welke schakelingen voor jou handig zijn om te gebruiken. We hebben de belangrijkste schakelingen voor je op een rijtje gezet.

1. Eénpolig (enkelpolig)


Waar en wanneer gebruiken?

Wanneer je op 1 plaats 1 lichtpunt wilt bedienen, dan kun je van een éénpolige schakeling gebruik maken. Deze schakeling wordt vaak in kleine en droge ruimtes gebruikt, zoals bijvoorbeeld een kledingkast, slaapkamer, toilet en zolder.

Welke schakelaar(s)?

Voor een éénpolige schakeling kun je zowel een éénpolige schakelaar als een wisselschakelaar gebruiken. Doordat er bijna geen éénpolige schakelaars meer worden geproduceerd, worden hiervoor dan ook het meest wisselschakelaars gebruikt.

Enkelpolige schakeling

Welke aansluitingen éénpolige schakelaar?

Een éénpolige schakelaar beschikt over 2 aansluitingen; 1 fasedraad en 1 schakeldraad. Bij deze schakeling wordt alleen de schakeldraad onderbroken. In dit geval loopt de schakeldraad naar de lamp, de draad wordt dan ook wel lampendraad (L) genoemd. De nul- en aardedraad wordt rechtstreeks met het lichtpunt verbonden.

Welke aansluitingen wisselschakelaar?

Een wisselschakelaar beschikt over 3 aansluitingen; 1 fasedraad en 2 schakeldraden (in en uit). Doordat je alleen 1 fasedraad en 1 schakeldraad aan hoeft te sluiten, houd je dus 1 aansluiting voor een schakeldraad over. Ook bij deze schakeling wordt alleen de schakeldraad onderbroken. De nul- en aardedraad wordt rechtstreeks met het lichtpunt verbonden.

2. Tweepolig (dubbelpolig)


Waar en wanneer gebruiken?

Net als een éénpolige schakeling gebruik je een tweepolige schakeling om op 1 plaats 1 lichtpunt te bedienen. Het verschil tussen de 2 schakelingen is dat een tweepolige schakeling meer geschikt is om te gebruiken in vochtige ruimtes* zoals bijvoorbeeld een badkamer.

*In vochtige ruimtes is de kans op lekstroom groter dan in droge ruimtes. Een tweepolige schakelaar zorgt ervoor dat het risico op eventuele lekstromen wordt uitgesloten. Gebruik bij voorkeur in vochtige ruimtes dus een tweepolige schakelaar. Zo maak je je woning weer een stukje veiliger.

Welke schakelaar(s)?

Bij een tweepolige schakeling maak je gebruik van een tweepolige schakelaar.

Tweepolige schakeling

Welke aansluitingen tweepolige schakelaar?

Een tweepolige schakelaar beschikt over 4 aansluitingen; 2 fase- of schakeldraden (in en uit) en 2 nuldraden (in en uit). Zowel de fase- of schakeldraad (lampendraad) en de nuldraad worden onderbroken. Hierdoor zullen je geen last krijgen van lekstromen. De aardedraad verbind je vervolgens rechtstreeks met het lichtpunt.

3. Wisselschakeling


Waar en wanneer gebruiken?

Wil je 1 lichtpunt bedienen vanaf 2 verschillende plaatsen? Dan zul je gebruik moeten maken van een wisselschakeling. Vaak noemen we dit ook wel een hotelschakeling, welke vaak wordt toegepast in bijvoorbeeld een gang of op een overloop.

Welke schakelaar(s)?

Voor een wisselschakeling maak je gebruiken van 2 wisselschakelaars.
Wisselschakeling

Welke aansluitingen wisselschakelaar?

Een wisselschakelaar beschikt over 3 aansluitingen; 1 fasedraad en 2 schakeldraden (in en uit). In plaats van de fasedraad kan er ook een schakeldraad (lampendraad) worden gebruikt die naar het lichtpunt loopt. Beide schakeldraden verbind je met de andere wisselschakelaar. De De nul- en aardedraad wordt rechtstreeks met het lichtpunt verbonden.

4. Serieschakeling


Waar en wanneer gebruiken?

Voor het bedienen van 2 lichtpunten op 1 plaats wordt gebruik gemaakt van een serieschakeling*. Deze schakeling kan bijvoorbeeld toegepast worden wanneer je op 1 plek de verlichting van de eethoek en de woonkamer wilt schakelen.

*Ook zou je gebruik kunnen maken van 2 enkelpolige schakelingen. Hierbij dien je 2 inbouwdozen naast elkaar te plaatsen.

Welke schakelaar(s)?

Bij een serieschakeling heb je een serieschakelaar nodig met een dubbele wip.

Serieschakeling

Welke aansluitingen serieschakelaar?

Een serieschakelaar beschikt over 3 aansluitingen; 1 fasedraad en 2 schakeldraden. Bij deze schakeling wordt alleen de schakeldraad (lampendraad) onderbroken die naar het lichtpunt loopt. De nul- en aardedraad wordt rechtstreeks met het lichtpunt verbonden.

5. Kruisschakeling


Waar en wanneer gebruiken?

Wanneer je 1 of meerdere lampen wilt bedienen vanaf 3 of meer plaatsen dan dien je gebruik te maken van een kruisschakeling. Vaak wordt dit gebruikt in een ruimte met drie of meer verschillende toegangsmogelijkheden zoals bijvoorbeeld een trappenhal in een hotel.

Welke schakelaar(s)?

Voor een kruisschakeling heb je 2 wisselschakelaars en minstens 1 kruisschakelaar nodig. Je mag een onbeperkt aantal kruisschakelaars gebruiken, welke je vervolgens tussen de 2 wisselschakelaars dient te plaatsen.

Kruisschakeling

Welke aansluitingen wisselschakelaar?

Een wisselschakelaar beschikt over 3 aansluitingen; 1 fasedraad en 2 schakeldraden welke met de kruisschakelaar wordt verbonden. In plaats van de fasedraad kan er ook een schakeldraad (lampendraad) worden gebruikt die naar het lichtpunt loopt. Bij deze schakeling wordt alleen de schakeldraad onderbroken.

Welke aansluitingen kruisschakelaar?

Een kruisschakelaar beschikt over 4 aansluitingen; 2 schakeldraden in en 2 schakeldraden uit, welke met beide wisselschakelaars wordt verbonden. Bij deze schakeling wordt alleen de schakeldraad onderbroken.

De nul- en aardedraad wordt rechtstreeks met het lichtpunt verbonden.